Nieuws
  De Boelelaan 1105 1081 HV Amsterdam Tel.: 020-5986516 Fax: 020-5986500 E-mail: hbsinfo@let.vu.nl

Veldhoven Zilverackers: einde van het veldwerk

Na bijna drie maanden proefsleuvenonderzoek in Veldhoven zit het veldwerk er voor ons alweer bijna op. Er zijn systematisch duizenden vierkante meters aan sleuven machinaal gegraven met het doel de archeologische vindplaatsen in kaart te brengen en te waarderen (zie foto “Het vlak wordt aangelegd”). Op basis van ons onderzoek is het straks mogelijk om de gemeente te adviseren over waar waardevolle archeologische vindplaatsen liggen in het plangebied Veldhoven-Zilverackers. De gemeente dient dan vervolgens te besluiten wat het lot zal zijn van deze archeologische vindplaatsen. Het is de bedoeling om daarvan zoveel mogelijk in de grond te laten liggen. Dat klinkt vreemd, maar dat is de beste manier om ze te bewaren, ze liggen daar tenslotte al eeuwen. Maar ja, de gemeente wil ook bouwen en aangezien niet overal parken en plantsoenen kunnen worden aangelegd zullen sommige vindplaatsen worden bedreigd omdat ze zullen worden vergraven tijdens de bouw. Die waardevolle bedreigde archeologische vindplaatsen dienen dan te worden onderzocht met een opgraving, zodat we kunnen beschrijven en verklaren wat zich daar vroeger op die locatie heeft afgespeeld in de IJzertijd, Romeinse Tijd, Middeleeuwen, of misschien zelfs wel in al die drie perioden.

Veel proefsleuven zijn leeg aan grondsporen, niettemin zijn er op verschillende plekken sporen aangetroffen die deel uit maken van een prehistorisch, Romeins of middeleeuws gebouw, zoals een woonhuis/boerderij of spieker (een bijgebouwtje). Zulke sporenclusters zijn door middel van het couperen van sporen onderzocht om ze te dateren en een beeld te krijgen van hun conservering. Naast sporen van gebouwen zijn in het onderzoeksgebied ook een aantal mogelijke waterputten aangetroffen. Hiervan is voor nu alleen de diepte bepaald door middel van een boring met een grondboor, maar de waterputten zullen tijdens een opgraving verder onderzocht worden.

Vaak wordt de datering van sporen bemoeilijkt door een gebrek aan vondstmateriaal. Op basis van de kleur van de sporen kan er sprake zijn van een mogelijke datering, maar houtskoolrijke sporen kunnen ook bemonsterd worden voor een C14-datering. Tijdens dit project zijn verschillende van zulke monsters genomen en het is wachten op de uitslagen. Afgelopen week is echter een mooie vondstconcentratie gevonden. Een kuil zat vol met handgevormd aardewerk dat waarschijnlijk uit de IJzertijd (775 – 12 v. Chr.) komt.

Binnenkort zullen we onze huidige werkplek in Veldhoven weer verlaten en de in het veld verzamelde gegevens op kantoor in Amsterdam uitwerken … in een heerlijk koel kantoor. We zetten dan alle verzamelde gegevens op een rijtje. Zojuist is weliswaar gemeld dat veel proefsleuven geen archeologische sporen bevatten, maar dat is eigenlijk niet waar. Veel proefsleuven zijn diep uitgegraven, omdat we eerst een dikke laag grijsbruine grond moesten afgraven. Bodems met zulke dikke lagen humeuse grond worden esdekken of plaggenbodems genoemd  en zijn ontstaan door dat de schrale zandakkers eeuwenlang zijn opgehoogd met mest. Maar hierop komen we de volgende keer terug.

 

<< terug naar nieuws

Er zijn systematisch duizenden vierkante meters aan sleuven machinaal gegraven; hier wordt een vlak aangelegd.

Een kuil vol met handgevormd aardewerk dat waarschijnlijk uit de IJzertijd (775 – 12 v. Chr.) komt.