Nieuws
  De Boelelaan 1105 1081 HV Amsterdam Tel.: 020-5986516 Fax: 020-5986500 E-mail: hbsinfo@let.vu.nl

Opgraving in Houten-Castellum

Winter 2010 is er begonnen met het gefaseerd opgraven van het terrein Houten-Castellum. De verwachting was archeologische resten uit de IJzertijd en Romeinse tijd aan te treffen. Het plangebied betreft een archeologisch complex terrein, met name door de geulafzettingen en oeverwal die er te vinden zijn. Dat dit terrein intensief in gebruik is geweest kunnen we onder andere afleiden uit de verschillende huisplattegronden en de grote hoeveelheden vondsten die (met name aan de westelijke oever) gedaan zijn.

Begin dit jaar zijn er al 3 huisplattegronden gevonden. Tijdens het veldwerk begin januari is de plattegrond van huis 3 onderzocht. Doordat de wandgreppel voor het grootste deel nog zichtbaar is in het vlak, kunnen de ingangen van het huis met enige zekerheid worden vastgesteld. Evenals bij de eerste huisplattegrond, is dit huis voorzien van buitenstijlen en zijn deze rondom het woongedeelte vrij diep ingegraven. Aan de zuidzijde van het huis zijn 2 waterputten aangetroffen, die elkaar oversnijden. In de zuidwestelijke hoek van het huis zijn in een grote kuil een fibula, glazen kraal, houtskool en verbrand leem gevonden. Omdat deze kuil de sporen van huis oversnijdt, is het mogelijk dat we hier te maken hebben met een verlatingsoffer. Bij de uitwerking van de gegevens zal dit nader onderzocht worden.

Midden januari: bij het afwerken van een waterkuil is een stuk milifiori glas gevonden. De Romeinse geul is vrij ondiep en slechts 25 cm breed. Deze geul oversnijdt een oudere geul, waarschijnlijk uit de IJzertijd, die mogelijk bij een nederzetting meer oostelijk ten opzichte van het plangebied, behoorde.

Eind januari is er in een kuil uit de Romeinse tijd een bijzondere vondst gedaan. Het betreft een grote houten schaal die op zijn kop op een plankje lag. Mogelijk diende deze schaal als voedertrog voor dieren. In werkput 11 zijn minstens vier verschillende insnijdingen van geulen aangetroffen,  waarbij minstens evenveel bewoningsfasen horen. Het vondstmateriaal is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. In de geulen zijn verschillende lagen herkenbaar. Het materiaal is niet verspoeld en wijst op bewoning op korte afstand in de Midden-IJzertijd, Late IJzertijd en Romeinse tijd. Op dit moment is nog niet vast te stellen of er perioden met discontinuïteit zijn geweest.
De Romeinse kuil en greppel doorsnijden een oudere geul. Hieruit komt minder materiaal. De geul dateerd waarschijnlijk uit de vroeg-Romeins of Late IJzertijd. Verder zijn er twee bredere en diepere geulen die elkaar oversnijden. Uit de bovenvulling van deze geul komt een complete fibula die waarschijnlijk dateert in de tweede eeuw voor Chr. In de vulling eronder is een bronzen vlechtring voor haarstrengen gevonden die overeenkomsten heeft met de haarstrengen die in het IJzertijdgrafveld bij Lent zijn aangetroffen. In de primaire vulling van deze geul zit veel materiaal waaronder aardewerk en grote botten van dieren. Deze geul oversnijdt een oudere geul waarvan de bovenvullingen vol aardewerk en bot zit. Uitzonderlijk mooi materiaal en uitstekend geconserveerd. Gepolijst aardewerk, archeologisch complete vormen en een vrijwel complete pot, alleen de hals ontbreekt. Het betreft Marne-achtig aardewerk en dateert in de Midden IJzertijd. Bij het aanleggen van het profiel in werkput 11 is een metalen ring met barnstenen kraal uit de Midden IJzertijd aangetroffen. Uit een Romeinse geul is een fragment van een olielamp gevonden.

Begin februari is er in werkput 12 een structuur uit de Romeinse tijd gevonden, mogelijk betreft het een steiger. In deze put is een stelsel van gegraven greppels aangetroffen. In werkput 13 is een structuur van houten palen gevonden die over de oudste greppel is aangelegd. Het lijkt om en brug te gaan, waarbij sommige palen tot 1,25m onder vlak 3 bewaard zijn gebleven.
In een bouwput ca. 100 m ten noorden van het onderzoeksgebied is een greppelsysteem uit de Midden en Late IJzertijd waargenomen. Het Marne aardewerk dat in de bouwput is verzameld bevestigd dit. Helaas valt dit gebied buiten het op te graven monument en is het reeds vrij gegeven voor bebouwing.
In werkput 18 is een bodem uit de Bronstijd aangetroffen. Een groot deel hiervan in werkput 19 is echter recent verstoord.

Eind februari heeft prof.dr. Nico Roymans het complex als nederzetting bestempeld, voornamelijk op de aanwezigheid van het vele bot en het nederzettingsaardewerk. Waar de nederzetting gelegen moet hebben is echter nog niet geheel duidelijk, deze ligt met zekerheid niet op de westelijke oeverafzettingen. De rijkdom aan vondsten en de schaal van het greppelsysteem wijst echter wel op een nederzetting van supra-regionaal belang.
In werkput 15 is een schedel van een kat gevonden. Het betreft een bijzondere vondst, omdat verondersteld wordt dat katten pas vanaf de Romeinse tijd in West-Europa voorkomen. Dat is het moment dat zij, met name door pootindrukken in dakpannen, archeologisch zichtbaar worden. Skeletdelen uit deze periode zijn echter zeer schaars. Naast de schedel van de kat is er ook een complete bronzen armband gevonden.
Een andere bronzen vondst is aangetroffen bij het zeven van een bigbag met vulling van een ijzertijdgreppel. Het betreft een bronzen kropnaald. Deze zijn met name bekend in ijzer en incompleet. Deze bronzen variant is compleet en heeft boven de krop een groot gebogen oog. Bij het afwerken van vlak 2 in werkput 15 is een kam aangetroffen van gewei met een lang handvat. Deze kammen worden wel gezien als weefkammen. In de uitwerking van de gegevens zal deze kam nader onderzocht worden.

Begin maart zijn er door het veldteam houten palen gevonden. Deze palen kunnen duiden dat er een zekere vorm van watermanagement heeft plaatsgevonden. Bij deze palen is ook een fuik uit de Midden-IJzertijd gevonden. Het lijkt erop dat de fuik als een visweer in een greppel is geplaatst vlak voor een gegraven vijver. De vis kan dan wel de vijver in maar niet terug, dit zou eveneens het ontbreken van een binnenwerk kunnen verklaren.
 In werkput 24 zijn een zilveren caduceus en 2 republikeinse sestertii gevonden. Met name de vondst van de caduceus is erg bijzonder. Tot zover zijn er slechts twee exemplaren bekend uit opgravingen in Nijmegen.
In werkput 22 is een pijl- of speerpunt aangetroffen, in ieder geval een militair object uit de romeinse tijd. Meestal worden militaire objecten uit de romeinse tijd die aangetroffen worden in rurale context in verband gebracht met veteranen.

Wordt vervolgd..

 

<< terug naar nieuws