![]() |
| Nieuws | Wie zijn wij? | Projecten | Publicaties | Medewerkers | ACVU | Contact | Links |
| Nieuws | ![]() |
|
![]() |
Opgraving in Houten-Castellum Winter 2010 is er begonnen met het gefaseerd opgraven van het terrein Houten-Castellum. De verwachting was archeologische resten uit de IJzertijd en Romeinse tijd aan te treffen. Het plangebied betreft een archeologisch complex terrein, met name door de geulafzettingen en oeverwal die er te vinden zijn. Dat dit terrein intensief in gebruik is geweest kunnen we onder andere afleiden uit de verschillende huisplattegronden en de grote hoeveelheden vondsten die (met name aan de westelijke oever) gedaan zijn. Begin dit jaar zijn er al 3 huisplattegronden gevonden. Tijdens het veldwerk begin januari is de plattegrond van huis 3 onderzocht. Doordat de wandgreppel voor het grootste deel nog zichtbaar is in het vlak, kunnen de ingangen van het huis met enige zekerheid worden vastgesteld. Evenals bij de eerste huisplattegrond, is dit huis voorzien van buitenstijlen en zijn deze rondom het woongedeelte vrij diep ingegraven. Aan de zuidzijde van het huis zijn 2 waterputten aangetroffen, die elkaar oversnijden. In de zuidwestelijke hoek van het huis zijn in een grote kuil een fibula, glazen kraal, houtskool en verbrand leem gevonden. Omdat deze kuil de sporen van huis oversnijdt, is het mogelijk dat we hier te maken hebben met een verlatingsoffer. Bij de uitwerking van de gegevens zal dit nader onderzocht worden. Midden januari: bij het afwerken van een waterkuil is een stuk milifiori glas gevonden. De Romeinse geul is vrij ondiep en slechts 25 cm breed. Deze geul oversnijdt een oudere geul, waarschijnlijk uit de IJzertijd, die mogelijk bij een nederzetting meer oostelijk ten opzichte van het plangebied, behoorde. Eind januari is er in een kuil uit de Romeinse tijd een bijzondere vondst gedaan. Het betreft een grote houten schaal die op zijn kop op een plankje lag. Mogelijk diende deze schaal als voedertrog voor dieren. In werkput 11 zijn minstens vier verschillende insnijdingen van geulen aangetroffen, waarbij minstens evenveel bewoningsfasen horen. Het vondstmateriaal is uitzonderlijk goed bewaard gebleven. In de geulen zijn verschillende lagen herkenbaar. Het materiaal is niet verspoeld en wijst op bewoning op korte afstand in de Midden-IJzertijd, Late IJzertijd en Romeinse tijd. Op dit moment is nog niet vast te stellen of er perioden met discontinuïteit zijn geweest. Begin februari is er in werkput 12 een structuur uit de Romeinse tijd gevonden, mogelijk betreft het een steiger. In deze put is een stelsel van gegraven greppels aangetroffen. In werkput 13 is een structuur van houten palen gevonden die over de oudste greppel is aangelegd. Het lijkt om en brug te gaan, waarbij sommige palen tot 1,25m onder vlak 3 bewaard zijn gebleven. Eind februari heeft prof.dr. Nico Roymans het complex als nederzetting bestempeld, voornamelijk op de aanwezigheid van het vele bot en het nederzettingsaardewerk. Waar de nederzetting gelegen moet hebben is echter nog niet geheel duidelijk, deze ligt met zekerheid niet op de westelijke oeverafzettingen. De rijkdom aan vondsten en de schaal van het greppelsysteem wijst echter wel op een nederzetting van supra-regionaal belang. Begin maart zijn er door het veldteam houten palen gevonden. Deze palen kunnen duiden dat er een zekere vorm van watermanagement heeft plaatsgevonden. Bij deze palen is ook een fuik uit de Midden-IJzertijd gevonden. Het lijkt erop dat de fuik als een visweer in een greppel is geplaatst vlak voor een gegraven vijver. De vis kan dan wel de vijver in maar niet terug, dit zou eveneens het ontbreken van een binnenwerk kunnen verklaren. Wordt vervolgd..
|
|
![]() |